* Uitweg
Het late zondagmiddaglicht,
een brommer die voorbij rijdt.
Muziek klinkt uit een open raam,
mijn weemoed die sterk uitdijt.
Lamlendigheid verlamt mijn kop,
een lichte hoofdpijn tergt mij.
Zo moest de laatste fase zijn,
een graf dat in 't verschiet lij.
Het zal mij niet gebeuren,
ik breng iets in geweer.
Een man die zich verlaten voelt,
die is geen kerel meer.
Dus zet ik mij ten schrijven,
creëer een eigen tijd.
Want scheppen dát doet leven,
mijn ziel raakt reeds bevrijdt.
